In Memoriam

Paul Stevens (1963-2015)

 

De kleine Paul groeit op tussen twee meisjes. Misschien dwingt hem dat om nog meer jongensachtig te doen dan we van jongens gewoon zijn. Je weet wel: een beetje meer rebelleren, tegenspreken, het laatste woord willen hebben, een beetje dwars zijn… en voetballen met twee meisjes, nee, dat is niks voor jongens. Hij bestookt zijn ouders met vragen, wil altijd “zeker” zijn van iets. (‘Moeke, is da gevaarlijk?’ is een vraag die steeds terugkomt.) Die hang naar zekerheid heeft hij misschien van zijn vader, die in “verzekeringen” doet. Heimelijk hoopt de vader dat zijn zoon in zijn voetsporen zal treden: dat ook hij de kleuren van KSK gaat verdedigen op de grasmat en dat hij later het verzekeringskantoor overneemt. Het tweede zal hij “zeker” doen, maar in de plaats van een paar voeten in voetbalschoenen, stappen er een paar laarzen rond die je altijd kan terugvinden in de buurt van de vier benen van een paard.

Een paard is een edel wezen. Het staat ergens tussen mens en dier. Paarden kunnen denken (‘ze hebben er een kop voor,’ zegt de volksmond). Paarden zijn mooi, elegant, ze doen bijna alles “en danseuse”. Paarden zijn ook krachtig en daarom verenigen ze perfect het mannelijke en het vrouwelijke. Een paard dwingt bewondering en respect af en zal op zijn beurt alleen maar een mens respecteren die het waard is om zijn meester te zijn. Kortom, je moet zelf iets van een paardenziel in je hebben om op een waardige manier met paarden om te gaan. Je moet leren communiceren met een paard. Echte communicatie begint altijd met een luisterend oor. Je moet dus eerst voor “paardenluisteraar” leren. En als je goed luistert, merk je dat je paard misschien zelf wel een “mensenfluisteraar” is en dan bereiken mens en paard een verheven vorm van communicatie, iets wat gelovige mensen ook in een gebed kunnen vinden. ‘Zeg Paul,’ heeft één van zijn paarden hem op een dag ingefluisterd, ‘volg je eigen weg, jongen. Wie van paarden houdt, houdt ook van mensen. Wij volgen jullie, mensen, graag, want jullie zijn echt interessante wezens, zo gestructureerd en geor-ganiseerd, zo ijverig en steeds in beweging. Wij volgen jullie graag, ofschoon we zeer gesteld zijn op onze vrijheid. Word zoals wij: vrij en toch gebonden aan en geboeid door alles wat waard is om bewonderd te worden, om te beleven. Jij kan dat, je hebt er immers een kop voor…’

En zo is Paul door het leven gegaan. Een man van en voor de grond. Hij wilde de aarde voelen, het gras smaken, het hooi ruiken. Die aarde, waar hij zich kon terugtrekken vóór en na het werk, was zijn wereld, zijn heilige plek, zijn oord van meditatie. Op het weiland tussen zijn paarden werd Paul meer paard. Men noemde hem wel eens “Paul peerd” en hij maakte daar een eretitel van, want het paard was en bleef een wezen dat hij hoger inschatte dan sommige mensen. En het was hem niet te doen om zijn kunde en de kunstjes van het paard in de piste te laten zien, maar het ging om de eenvoudige, pretentieloze schoonheid en aanhankelijkheid van het paard. Paul was een paardenfluisteraar, lang vooraleer dat begrip bekend werd. Wat voor een monnik het gebedsritueel is, werd voor Paul het paardenritueel. Een dag die geen paardenritueel in zich droeg, was een dag niet geleefd. En net zoals een monnik zich bewust vrij maakt voor God, maakte Paul zich vrij voor zijn paarden.

Maar elke dag leidde hem ook weer terug naar het land van de mensen. Hij was enorm begaan met het lot van mensen die bij hem verzekerd waren. En dat had hij van zijn vader en zijn moeder geërfd. Als je in verzekeringen doet, heb je altijd te maken met klein en groot leed, met ongevallen, met tegenslag. En als je dan als verzekeringsmakelaar met je wetenschap van paardenfluisteraar naar het verhaal van mensen kan luisteren, dan leef je met hen mee, dan deel je in hun verslagenheid. Je “verzekert” hen niet alleen een financiële compensatie, je bent een steen waarop ze kunnen bouwen. Paul was een mens die heel graag gezien was.

Het lot van ouders is dat ze hun kinderen op een dag het nest zien verlaten om uit te vliegen. Ook Paul zou dat doen… maar elke dag opnieuw beoefende hij het ritueel van thuiskomen. Vóór, tussen en na het werk naar zijn paarden; vóór, tussen en na het werk naar het ouderlijk huis. Thuiskomen is het mooiste wat er bestaat. Met drie aan tafel, elke middag. Dat had ook iets van een ritueel. Drie in drie-eenheid: zorgende moeder, fiere vader en zoon in gesprek aan tafel, niet om de wereld te veranderen (natuurlijk af en toe wel een klein beetje), maar vooral om de wereld te delen met elkaar. Paul had een heldere en nuchtere kijk op mens en maatschappij. Hij had een mening, gaf die liefst ingekleed met serieuze argumenten, want hij had een afkeer van cafépraat. Het had ook iets religieus: hun ‘dienst van de tafel.’ En als zijn ouders af en toe eens een week naar de kust gingen, dan was de keukentafel veel te groot voor Paul alleen…

Paul bracht ook zijn paarden mee naar huis. Hij mocht dat van zijn moeder: de geur van paarden in zijn rijkleren, de restjes van stalstof en hooi, de geur van zadel-onderleggers (die zijn moeder steeds voor hem waste). Zijn ouders leefden met hem mee, als er weer eens een veulen moest geboren worden en Paul de spanning van komende barensweeën mee naar binnen bracht.

En nu… nu is hij plots van ons weggereden…

Als we onze ogen sluiten, zien we hem draven over de Eeuwige Weiden van de eindeloze Camargue, waar er plaats is voor alle paarden van de wereld en voor mensen die met paarden en mensen begaan zijn. Kijk, hij draait zich om op zijn paard, knipoogt een beetje ondeugend naar ons allemaal. ‘Ach,’ zegt hij zacht, bijna fluisterend, ‘ik heb het goed gehad in het leven… We laten allemaal sporen achter en daar strooien we herinneringen in, als bloemen. Ikzelf vertrek ook met een kar mooie herinneringen aan mijn lieve ouders, mijn twee zussen als witte wolken, mijn schoonbroers, mijn vier nichtjes en neven (jonge planten die nu gaan bloeien), mijn familie, mijn kennissen, mijn geestgenoten. Ik rijd verder op weg naar het licht dat ieder mens heel zijn leven lang zoekt… en ik denk dat ik het ginds zie… zo ver… en zo dichtbij…’

Adieu Paul, rijd maar rustig verder…

Scripseunt Cis en Rudi Gommeren 10 september 2015